Desirée Joosten, AIOS verzekeringsgeneeskunde

‘Voor het eerst voelde ik me dokter’

Het zat er al van jongs af aan in. Altijd al zorgde ze goed voor de mensen om haar heen. ‘Later ga ik mensen beter maken’, wist Desirée. Dat ze Geneeskunde ging studeren, stond dan ook al snel vast. Hoewel natuur- en scheikunde haar totáál niet lagen, zette ze door. Dan wordt ze uitgeloot en gaat noodgedwongen Biomedische Wetenschappen studeren. Volhouden. Alles voor dat ene doel. En het lukte Desirée. ‘Nu weet ik inmiddels dat je niet iedereen beter kunt maken, maar je kunt wel veel voor iemand betekenen.’

Ze kon bijna niet wachten om met haar co-schappen te beginnen. Eindelijk, na 3 jaar theorie, wachtte de praktijk. Haar eerste plek: interne geneeskunde. ‘Dat was het niet’, kijkt Desiree terug, ‘maar er zouden nog genoeg alternatieven komen.’ Haar onderzoeksstage bij gynaecologie bleek al veel interessanter, maar daar viel het leven en werken in het ziekenhuis tegen. ‘De continue druk, het onregelmatige leven…  Ik zou in de toekomst ook wel een eigen leven willen hebben…. Maar ook in de rest van de co-schappen voelde ik me eigenlijk nergens op m’n plek. Sterker nog, ik had een afkeer van het ziekenhuis gekregen.’

Grijze generatie

‘Toen volgde de twee sociale co-schappen. Ik startte in de Jeugdgezondheidszorg en daar maakte ik letterlijk kennis met het sociale aspect van het vak. Er was genoeg tijd voor mensen, de toegankelijkheid van de artsen was veel groter en ik maakte meteen deel uit van het team. Dit in tegenstelling tot het ziekenhuis; daar was je “maar” de co-assistent. Het tweede co-schap werd ik bij UWV geplaatst. “Het UWV…? Oh, wat erg!”, was mijn reactie. Saai, stoffig, een grijze generatie, mensen op het spreekuur krijgen die toch niet willen werken… Ook mij waren alle vooroordelen bekend en ik zag er dan ook flink tegenop. Maar, vanaf het moment dat ik binnenstapte, was het te gek. Mijn begeleider die me overal bij betrok, ik mocht zelfs meteen mee naar een congres. Mee naar een congres? In al die tijd dat ik in het ziekenhuis werkte, was dat nog nooit voorgekomen, zo “belangrijk” was ik nog nooit geweest.’

Alle vertrouwen

‘De eerste week keek ik mee met een collega, de tweede week deed ik zelf al spreekuren. Alle leeftijden, alle achtergronden en alle klachten zie je. Natuurlijk doe je lichamelijk onderzoek, maar je praat vooral ook met de cliënt. Dat betekent zó veel voor mensen. Voor het eerst voelde ik me dokter. Door mijn leeftijd moeten mensen soms even wennen. Zo stelde ik me in de wachtkamer voor aan een meneer met: ‘Hallo, ik ben dokter Desirée Joosten.” In de spreekkamer neemt hij plaats aan mijn bureau, ik schuif ook aan en hij vraagt: ‘Waar is dokter Joosten, komt hij ook nog?’ Maar al snel is het oké en nemen mensen je serieus.’ 

Kijk verder

‘Door mijn ervaringen, heb ik lange tijd getwijfeld of ik de juiste opleiding had gedaan, maar sinds ik ik met de sociale geneeskunde kennismaakte, wist ik: “Ja!”’. En bij UWV zit ik helemaal op mijn plek. Ik ben de jongste arts van het team, maar hoor er helemaal bij. De begeleiding en openheid zijn fijn, overal staan de deuren open. Het is jammer dat er in de opleiding nauwelijks aandacht is voor dit vakgebied, want het is zo mooi. Ik zou iedereen willen zeggen: ‘Er is zo veel meer, kijk eens breder dan naar een specialisme in het ziekenhuis.’

In haar vrije tijd is Desirée vooral buiten te vinden. ‘Ik heb een paar ezeltjes en vind het heerlijk om in de moestuin bezig te zijn. Maar ik vind het ook leuk om op pad te gaan. Naar een mooie stad of andere landen ontdekken.’